Balans houden.

Laten we het simpel houden. Als je naar elkaar kijkt, heb je beide een herinnering. Als je praat, hoort de ander het. Als je iets schrijft, kan de ander het lezen. Zo delen we sinds mensenheugenis onze data. Nooit helemaal met gelijke kwaliteiten. De een heeft nu eenmaal wat meer capaciteiten dan de ander. Maar het ontloopt elkaar over het algemeen weinig.

Die data gebruiken we om elkaar en onze omgeving te begrijpen en te beïnvloeden. “Als ik nu x doe, dan gebeurt er waarschijnlijk y.” Zo heeft een marktkoopman een logische verwachting van zijn roep wanneer hij de vaste klant ziet naderen. En weten we met non-verbale communicatie een vergadering effectief te beëindigen.

Bacon begreep dat als de ene persoon meer gestructureerde en algemene kennis heeft, hij er beter voorstaat dan de persoon die niets anders dan de herinnering van zijn dagelijkse ervaringen en praktische lessen heeft. Beide personen beschikken nog steeds over ongeveer gelijke capaciteiten, alleen de kwaliteit van de data is in het eerste geval beter. Dat geeft een machtig gevoel.

Ook met het uitbreiden van de opslag en de kwaliteit en snelheid van interpretatie aan een kant van de relatie neemt de ongelijkheid toe. Het archief is hier een voorbeeld van. Wie alle boeken ter beschikking heeft en hier snel in kan zoeken heeft een voorsprong op de persoon met een lege boekenkast.

Met de komst van het internet zijn wij op een heel nieuwe manier een bron van data geworden. Niet wat we zeggen of schrijven, maar wat we doen is een bron voor anderen geworden. We delen wat we lezen, waar we zijn, wat we kopen, wie we leuk vinden en wie we leuk zouden kunnen vinden, hoe we sporten en wanneer we gaan slapen. De lijst is oneindig.

Dit was 2000 op Emerce:
Ik ben het absoluut eens met Dhr. Slager. Dhr. Thijm is een jurist en is dus gebaat bij regeltjes, maar ik denk dat de gemiddelde perceptie van de Internetgebruiker is dat een e-mail niet echt vertrouwelijk is. Het is te vergelijken met een briefkaart, die ook door iedereen gelezen kan worden en als men privacy wil dan zal men een enveloppe moeten gebruiken. Laten we het aub transparant houden en niet verzanden in een woud van regels, waarmee het medium “Internet” kapot gemaakt kan worden!”

Met al die data worden we met persoonlijke diensten steeds beter geholpen. Hoe we van A naar B kunnen komen. Welke aanbiedingen we vooral interessant vinden. Wie we ook leuk zullen vinden. Welk artikel bij onze interesses aansluit. De wereld loopt tegenwoordig voor iedereen die een beetje zijn data deelt vol met virtuele butlers.

Het is een enorme verwennerij, maar wel met een keerzijde. De relatie tussen ons als individu en de organisatie met de data is volkomen uit balans. Data is heel veel macht. Wij als bron hebben geen idee hoe we nu eigenlijk bediend worden. Welke afwegingen daarbij worden gemaakt en door wie en met welke intenties, anders dan in de meeste gevallen uiteindelijk winstmaximalisatie. We moeten volledig vertrouwen op de intenties van onze butlers en kunnen nauwelijks achterhalen welke dienst hij nu werkelijk heeft geleverd als we op het gratis zoekresultaat in onze browser klikken. We missen de data, intelligentie en rekenkracht om onze omgeving gelijkwaardig tegemoet te treden.

Uit de regels van de Koninklijke Bibliotheek:
Lenen en raadplegen van publicaties

Bij uitlening of verstrekking van materiaal voor raadpleging in de bibliotheek worden de gegevens van het materiaal gedurende de periode van lening of raadpleging gekoppeld aan de gegevens van de aanvrager uit de klantenadministratie. Na inlevering van het materiaal wordt deze koppeling direct ongedaan gemaakt. Er wordt voor de statistiek bijgehouden hoeveel documenten worden uitgeleend of ter inzage gegeven. Er worden geen gegevens bewaard over wát een klant heeft geleend of ingezien.

Het is fijn om niet twee keer hetzelfde boek te lenen. Om op tijd op een nieuwe locatie te zijn. Of de laatste korting niet te missen. Maar is het nu echt noodzakelijk dat al die butlers weten wie ik ben? Is het mogelijk dat de rekenkracht aan mijn zijde is georganiseerd? Kunnen we blijven begrijpen hoe we beïnvloed worden in onze keuzes? Kunnen we een menselijke maat handhaven? Kan ik mijn data ook (laten) gebruiken voor andere zaken dan het optimaliseren van mijn commerciële transacties? Is het echt zo dat ik binnen de relatie met al die dienstverleners moet slikken dat wanneer we contact hebben zij mijn data hebben en ik met lege handen sta?

Duizend vragen. Ook over privacy, maar vooral over macht.

Veel mensen denken net als wij bij Wunderpeople dat het internet een paar afslagen heeft gemist toen we even niet zaten op te letten. Bijvoorbeeld toen iemand dat eenvoudige schemaatje met dat tonnetje en DB erop tekende en vertelde dat het centraal opslaan van data echt het handigste is.

Met DataCommons willen we daar iets aan veranderen. En ja, we weten het. We zijn niet de enige. Er zijn gelukkig wereldwijd tientallen initiatieven die een oplossing willen bieden voor de centrale, voor de eindgebruiker onbereikbare opslag van “zijn” data. Laten we kijken wat het beste in welke situatie gaat werken.

DataCommons wil burgers in staat stellen om zelf hun data op te slaan en te bepalen met wie ze dit delen. Zo organiseren we zelfbeschikking en een onderhandelingspositie over het gebruik van die data. Niet goed? Geen toegang. Het doel is de balans tussen ons en de dienstverleners te herstellen en zo macht eerlijker te verdelen. Door zelf data op een eigen hoop te kunnen gooien en rekenkracht en intelligentie aan te wenden om onze virtuele omgeving van diensten te doorgronden.

Na gesprekken met experts, lezingen (en de feedback daarop) en workshops hebben we het zo eenvoudig mogelijk proberen te maken:

 

  • start met Internet of Things in de stad en in huis – want daar kunnen we nog honderden nieuwe end-to-end diensten ontwikkelen;
  • zorg dat in eerste instantie kleine, onafhankelijke dienstverleners hun data per gebruiker willen en kunnen laten beheren;
  • toets het concept met enkele eenvoudige prototypes van diensten.

 

Bij die verkenning kwam overigens van alles langs, waarvan we in een aantal gevallen later nog gaan kijken wat we er mee kunnen. Een paar voorbeelden:

 

  • eigen communicatie-infrastructuur – gaan we met LoRa doen, maar niet als DataCommons, interessant voor inzicht in “tappen” en innovatie, maar minder voor het herstellen van de balans;
  • decentrale opslag – interessant, maar eigenlijk vooral een reactie op vertrouwen (of wantrouwen) en niet over beschikking;
  • encryptie – nee, want ik wil die dienst en die moet het kunnen begrijpen;
  • anoniem contactpunt / kluis met twee deuren – interessant en wordt vervolgd;
  • zelfbeheer van opslag los van de interpretatie – check.

 

De conversatie bij de start van zo’n prototype gaat dan ongeveer als volgt:

“Ik ga data over jou bijhouden. Ik zorg dat het van jou wordt en vraag je toestemming om het zelf te gebruiken voor de dienst die ik je graag wil aanbieden. Als ik het met iemand anders wil delen, dan vraag ik het vooraf en zorg ik dat je ook met hem een 1-op-1 relatie hebt. En ik vertel je ook met welk doel ik je data gebruik. Verder probeer ik zoveel mogelijk om de inzichten die ik ontwikkel door jouw data en die van je collega-gebruikers in te zetten voor algemene kennis. Vanzelfsprekend met alle respect voor je privacy. Als je niet tevreden bent, dan stoppen we en gooi ik aan mijn kant als je wil al jouw data weg. Wat jij doet, mag je zelf weten.”

We denken dat sommige “butlers” op deze manier minder succesvol worden, maar anderen juist opbloeien of voor het eerst het licht gaan zien.
De eerste case die we gaan uitwerken is die van het monitoren van het gebruik van auto’s in een woonwijk om zo parkeergedrag te bepalen. Dat doen we met behulp van een eenvoudige app op smartphones. Iedere gebruiker krijgt inzicht in z’n eigen bestand en bepaalt zelf met wie hij of zij het deelt, waaronder ook de desbetreffende gemeente. Het inzicht is interessant voor beleid en ontwerp van de gemeenten, maar evengoed voor de lokale burgerorganisatie bij de inspraak. Hé, balans 🙂

Wil jij ook dit soort voorbeelden ontwikkelen? Stuur dan een mail naar info@wunderpeople.com.
DataCommons ontwikkelt zich met steun van SIDN fonds en InfoSupport.